Phaeton-handleiding
Vereisten en compatibiliteit
Wat je nodig hebt voordat je Phaeton koopt of installeert: de Victron-apparatuur, de Venus OS-versie, een ondersteunde laadpaal en het netwerk, en waarin Phaeton verschilt van een Victron EV Charging Station.
Victron-systeem
- Een Victron GX met Venus OS. Phaeton draait meestal op de GX zelf; het kan ook draaien op een andere Linux-computer die altijd aanstaat, in hetzelfde netwerk als de GX, zie Installeren op andere Linux-systemen.
- Voor de aanbevolen USB-installatie: een GX met 32-bits Venus OS, zoals de Cerbo GX, Cerbo-S GX, Ekrano GX, Venus GX, Octo GX, MultiPlus-II GX of EasySolar-II GX, of Venus OS op een Raspberry Pi 2, 3 of 4. Daarnaast heb je nodig: fysieke toegang tot de GX, een lege FAT32-USB-stick met minstens 256 MB vrij, en een computer met internet om de installer te downloaden. De installer controleert of het apparaat 32-bits Venus OS draait en stopt anders zonder wijzigingen.
- De geavanceerde SSH-installatie ondersteunt ook 64-bits Venus OS, dat nieuwere Cerbo GX-apparaten en de Raspberry Pi 5 draaien. Daarvoor zijn SSH-toegang tot de GX en internet op de GX nodig; zie Geavanceerde installatie.
- Laat Settings → General → Modification checks → Modifications enabled aanstaan, zodat Phaeton start nadat de GX herstart.
Venus OS-versies
- Gebruik een actuele Venus OS-versie. Elke Phaeton-versie wordt getest met volledige installaties op Raspberry Pi 5-images van Venus OS vanaf 3.79 tot en met de huidige bèta, en de eerste stappen van de USB-installer worden getest op een Cerbo GX-image van Venus OS 3.80.
- Vanaf Venus OS 3.80 kan de GX het laden in Auto overnemen met Opportunity Loads, en vanaf Venus OS 3.90 met Dynamic ESS. Voor beide moet Phaeton via MQTT met de GX verbonden zijn. Opportunity Loads vraagt een systeem dat aan de voorwaarden voldoet: een MultiPlus, Quattro of Multi RS, een batterijmonitor, alle zonne-opbrengst gemeten en Dynamic ESS uit. Dynamic ESS vraagt dat EV charging control aan staat in de VRM-instellingen van Dynamic ESS. Anders voert Phaeton de eigen Auto-modus van het laadstation uit.
- Phaeton op een andere computer koppelt vanaf Venus OS 3.80 via MQTT met de GX. Zonder koppeling, of op oudere versies, verbindt het via Modbus TCP; daarvoor moet de Modbus TCP-server van de GX aanstaan, en de GX kan het laden in Auto dan niet overnemen.
Laadpaal
- Een laadpaal uit de lijst Ondersteunde laadpalen, waarop de benodigde besturingsinterface is ingeschakeld: Modbus TCP, lokale HTTP of de cloud van de fabrikant.
- Faseschakeling hangt af van de laadpaal; de lijst Ondersteunde laadpalen toont welke laadpalen Phaeton tussen één en drie fasen kan schakelen. Ook RFID-autorisatie en foutmeldingen verschillen per laadpaal.
- Elke laadpaal heeft een eigen Phaeton-licentie nodig, een eenmalige aankoop met updates inbegrepen. Zie Prijzen.
- Op een GX draait per laadpaal een eigen Phaeton. De laadpalen delen het beschikbare vermogen alleen zolang de GX Auto regelt; zie Meerdere laadpalen.
- Voor laden op zonne-overschot: zie wat de Auto-modus nodig heeft in Laadpaal op zonne-overschot met Victron ESS.
Netwerk en internet
- Houd de GX, een lokale laadpaal en de computer waarmee je Phaeton instelt in hetzelfde lokale netwerk.
- Houd dat netwerk vertrouwd en stel Phaeton niet open voor internet; gebruik VRM Control Panel voor toegang op afstand. Zie Beveiliging.
- Phaeton moet de laadpaal kunnen bereiken, bij Modbus TCP meestal op poort 502, en je browser moet de webpoort van Phaeton kunnen bereiken, standaard 8088. Draait Phaeton op een andere computer en verbindt het via Modbus TCP, dan moet ook de GX de EVCS-Modbuspoort van Phaeton kunnen bereiken.
- De computer waarop Phaeton draait, meestal de GX, heeft internet nodig voor een cloudintegratie van de laadpaal, online activeren, online updates en VRM-stroomprijzen. Voor VRM-prijzen is ook een VRM-toegangstoken nodig.
- De USB-installatie heeft geen internet op de GX nodig, en activeren kan ook offline met een licentiebestand dat je via een computer overzet. Een online geactiveerde Phaeton meldt zich regelmatig bij het licentieportaal; zonder internet blijft hij laden maar toont hij een licentiewaarschuwing, dus gebruik offline activeren voor een GX die offline blijft.
- Toegang via VRM Control Panel vereist Phaeton op de GX zelf, een online GX en VRM op Full; zie VRM Control Panel gebruiken.
Vergeleken met een Victron EV Charging Station
- De GX en VRM tonen je laadpaal als een Victron EV Charging Station. Phaeton volgt de firmware van dat laadstation voor de Auto-modus, faseschakeling en omvormerbeveiliging.
- Waar de handleiding van Victron het laadstation anders beschrijft, zoals het zonne-overschot dat Auto nodig heeft om te starten, de verlaging na overbelasting en de ingangsstroomlimiet, volgt Phaeton de firmware. Laadmodi en Fasen en omvormerbeveiliging beschrijven wat Phaeton doet.
- Via MQTT meldt Phaeton fouten en waarschuwingen aan de GX met de codes van het laadstation; zie Codes op de GX.
- Er is geen IP-whitelist voor Modbus TCP. Laat alleen de GX de Modbus-poort van Phaeton bereiken.
- Er is geen ingang voor een schakelaar van de netbeheerder (§14a EnWG in Duitsland), en Phaeton reageert niet op een regelaar die de externe blokkering of stroomlimiet van het laadstation via Modbus schrijft. Gebruik de netbeheerdersbesturing van de laadpaal zelf als die er een heeft.
- Er is geen instelling die een volgeladen auto onder spanning houdt; dat bepaalt de laadpaal.
- Een laadstation weigert Auto als de communicatie met de GX uitstaat, Scheduled zonder schema, en Start zonder auto of in Scheduled. Phaeton accepteert deze opdrachten, en de pagina Charging toont waarom het laden wacht.
- Een laadstation zoekt het netwerk af naar zijn GX als de verbinding wegvalt. Phaeton houdt het GX-adres dat je hebt ingesteld.
- Je werkt Phaeton bij via zijn eigen pagina Updates. VRM kan een firmware-update voor het laadstation aanbieden, die Phaeton niet installeert: op de GX weigert Phaeton de upload en meldt VRM code 501; in andere opstellingen kan VRM een andere uitkomst melden.